AvEP intro

Hoe ik vorig jaar nog enthousiast schreef over het zingen én waarom je niet door de intro van een muziekstuk heen mocht kletsen – wat overigens niet meer terug te lezen is, omdat ik zo stom ben geweest om mijn gehele website offline te halen zonder de geschreven berichten op te slaan – viel deze AvEP intro een beetje tegen of zo.

Het viel tegen in de zin van dat we niet zo heel veel spannends gedaan hebben én toch ook weer wel.
We hebben het gehad over ‘klassenregels’. Kijk, allemaal leuk en aardig hoor dat er dan gezegd wordt dat er een veilige sfeer moet zijn, respect moet zijn voor elkaar en dat soort dingen, maar ik vraag me af of er daadwerkelijk iets mee gedaan wordt. Wie zal ’t zeggen!
Verder heb ik voor ’t eerst in mijn leven een speeddate gehad. Nee, niet met een mannelijk figuur, maar met een aantal eerstejaarsstudenten.
‘Waarom hebben jullie voor deze opleiding gekozen?’ ‘Moet je veel leren voor tentamens?’ ‘Zijn er moeilijke vakken bij?’ ‘Hoe zit het met de stage?’ en nog veel meer vragen.
Op de helft van de vragen heb ik geen antwoord kunnen geven, omdat ik geen stage heb gelopen, ik heb een deel vrijgesteld gekregen en alles wat ik wel moest doen heb ik afgerond in een aantal weken. Ik kan een eerstejaarsstudent dus niet vertellen of Engels moeilijk is of hoe het zit met de zelfstudie van het vak Pedagogiek.
Vervolgens hebben we nog een raar politiespel gespeeld, een foto gemaakt van de klas en geproost op het nieuwe jaar.

Nee, vergeleken met vorig jaar is deze AvEP intro niet geslaagd. Want.. ik heb niet gezongen.
Maar ach, dat zal wel iets van de leerkrachten in opleiding zijn en niet in ’t straatje van de pedagoog in wording passen.
Deal with it, Shar!

Advertenties

Het kan jullie geen sikkepitje schelen dat juf Mijntje niet helemaal lekker in haar vel zit

In de LINDA. beschrijft Sylvia Witteman elke maand een type vrouw. Deze maand juf Mijntje.

Welkom terug, jongens en meisjes van groep vier. Ik hoop dat jullie een leukere vakantie hebben gehad dan ik. Wat zeg je, Emma? Dat is lief van je. Ik zal de klas proberen een beetje uit te leggen, waarom de vakantie van juf Mijntje niet echt helemaal optimaal was. Wat juf Mijntje nou dus juist dubbel en dwars verdiend had, een optimale vakantie. Weten jullie nog waarom juf Mijntje een echt optimale vakantie verdiend had? Ja, zeg het maar, Niels, wat was er vóór de vakantie met juf Mijntje aan de hand? Juf Mijntje het een buh …? Burn-out! Goed zo Niels! En hoe kwam dat, dat juf Mijntje een burn-out kreeg? Goed zo, Sep, juf Mijntje was o-ver-span-nen. Maar hoe kwám juf Mijntje aan die overspannen burn-out? Larissa, dat weet jij vast wel. Juf Mijntje kreeg een burn-out omdat sommige kinderen in deze klas alleen maar aan zichzelf denken. Hoe heet dat, als iemand alleen maar aan zichzelf denkt? Dan ben je e-go …? E-go-is-tisch, goed zo Larissa. En als er nou maar één zo’n egoïst in de klas had gezeten, dan had juf Mijntje het allemaal heus nog wel aangekund. Juf Mijntje is tenslotte niet van sui …? Suiker! Goed zo, Lola. Maar ja, ook een juf die niet van suiker is kan het soms allemaal een beetje te veel worden. Als er bijvoorbeeld niet één, maar 28 egoïsten in de klas zitten. Die het stuk voor stuk geen sikkepitje kan schelen of juf Mijntje niet helemaal lekker in haar vel zit. Of, de laatste tijd … eigenlijk heeft juf Mijntje nóóit lekker in haar vel gezeten. Juf Mijntje is zelf als kind erg ge …? Gepest, goed zo, Jasmijn. Want toen juf Mijntje klein was hádden ze op school nog geen ka …? Kan-jer-trai-ning, precies, Julian. En wat gebeurt er in een klas waar geen kanjertraining is? Daar raken kinderen met zwakkere sociale vaardigheden ge …? Ge-ï-so-leerd, uitstekend Noa. En omdat juf Mijntje als kind al leed aan mo …? Mor-bi-de o-be-si-tas, goed dat je dat onthouden hebt, Evi! Dus omdat juf Mijntje als kind al leed aan morbide obesitas, kreeg juf Mijntje al heel jong een ernstige versie van … van PTSS! Goed zo, Jochem! Nou ga ik jullie niet vragen wat dat precies betekent, PTSS, want dat is echt nog een beetje een moeilijk woord. PTSS betekent een posttraumastische stressstoornis. Dat is dus, zoals jullie weten, een aandoening die ontstaat als gevolg van ernstige stressgevende situaties, waarbij sprake is van levensbedreiging, ernstig lichamelijk letsel of een bedreiging van de fysieke in …? Integriteit, dank je wel, Levi!
Maar goed, juf Mijntje heeft middels heel intensieve therapie leren omgaan met haar PTSS en uiteindelijk zelfs haar morbide obesitas min of meer leren aanvaarden. Dat was dus vlák voor juf Mijntjes zuurverdiende zomervakantie. Maar ja, juf Mijntje had geen rekening gehouden met het feit dat er 28 e-go-is-ten in haar klas zaten. Die het dus alle 28 stuk voor stuk nodig vonden juf Mijntje vlak voor die zomervakantie een grote doos Merci-chocolaatjes te geven, zogenaamd als dank voor het fijne schooljaar. En omdat juf Mijntje dus heel ingewikkelde manieren heeft om met stress om te gaan, heeft juf Mijntje al die 28 reuzendozen Merci-chocolaatjes allemaal achter elkaar opgegeten. En nu is de morbide obesitas van juf Mijntje dus nog best een beetje heleboel erger geworden dan vóór de vakantie.

Dus, groep vier: jullie worden bedankt.

[…] Ik mis mijn stagetijd bij de kleuters op CBS de Hille

Nog steeds komen mensen op mijn blog terecht via de zoekterm: dromedaris, zeg me of ’t waar is.
Telkens als ik die zoekterm lees, zit ik met dat lied in mijn hoofd.

Dromedaris, zeg me of ’t waar is
Hoe kom je aan die bult daar op je rug? 
Zal die bult daar horen? 
Ben je zo geboren of ben je soms gestoken door een mug?

Vervolgens komt het lied van die dikke, dikke olifant voorbij.
Dikke, dikke olifant, heb je al ontbeten? 
Dikke, dikke olifant, wat heb je gegeten?
10 emmers water, een kilo brood,
en daarom ben jij zo vreselijk groot. 
Dikke, dikke olifant, heb je al ontbeten?
Dikke, dikke olifant, wat heb je gegeten? 

En daarna komt Goliath ook nog eens om de hoek kijken.
Boem, boem, boemer de boemer de boem.
Wat was dat? Dat was Goliath.
Hij had een grote mond, maar toen viel hij op de grond. 
Wat was dat? Dat was Goliath.
Met zijn zwaard en speer tegen David en zijn heer. 
Oh, oh, Goliath, jammer, pech gehad. 
Tjonge, jonge, wat een reus. 
Hij lijkt wel sterk, maar niet heus.

Wil je ’t hele liedje horen? Zoek gewoon even op YouTube naar Wat was dat? Dat was Goliath. 

Oh, oh, oh. Ik vergeet bijna één van de leukste:

Iedereen is anders, niemand is als jij. 
Iedereen is anders, jij ben jou en ik ben mij.
Iedereen is anders, dat is nu eenmaal zo. 
Iedereen is anders, OKIDO! :)

Ja, ik geef ’t toe.
Ik mis mijn stagetijd in de kleuterklas op CBS de Hille.

#IWpabo (2)

Vandaag was de tweede dag van de internationale week en ook meteen de laatste.
We zijn de dag goed begonnen met een kleine wereldreis. Een reis door de landen Marokko, Suriname, Turkijke en volgens mij nog wel een aantal landen.
Verschillende liederen gehoord, verschillende dansen gedaan en er is gezongen.

Choeja Hassan, Choeja Hassan,
Inaasoe, inaasoe
Hattaa jadrub naqoesna, hatta jadrub naqoesna
Oe nfiqoe, oe nifqoe 

Dit is dus Vader Jacob in het Marokkaans. Ook hebben we dit lied in het Turks gezongen.
Dus als je nu nieuwsgierig bent naar de Spaanse, Italiaanse, Deense, Zweedse, Finse, Poolse, Tjechische, Hongaarse, Roemeense, Griekse of Zuid-Afrikaanse Vader Jacob? Ik heb het allemaal op papier staan, dus roept u maar.

Na deze dansworkshop heb ik geluisterd naar een vriendin van me. Zij is afgelopen oktober voor 2,5 week in Kenia geweest en kwam daar tijdens deze internationale week iets over vertellen.
Vervolgens heb ik geluisterd naar een andere studente die tijdens haar studie voor vier maanden naar Curacao is geweest.

Het enige dat ik nu nog moet doen is een essay schrijven over het belang van internationalisering. Ik schrijf dit essay vanuit mijn rol als leerkracht en vanuit mezelf als persoon. In het essay moeten tenminste vier verschillende ervaringen beschreven worden, ervaringen die ik heb opgedaan tijdens de internationale week. Ook moet ik gebruik maken van literatuur om mijn meningen te onderbouwen.
Ze hadden wat mij betreft best een betere en/of leukere opdracht kunnen bedenken! Alhoewel, ik vind het best een interessant onderwerp om mezelf eens in te verdiepen, dus laat ik maar snel beginnen met schrijven..

#IWpabo

Oke. Ik wilde het proberen. Ik wilde een blog schrijven in het Engels. Maar mijn Engels is niet zo best, dus ik heb het opgegeven en ga gewoon beginnen in het Nederlands.

Vandaag zijn wij, als derdejaars pabostudenten, gestart met de internationale week (#IWpabo). Verschillende docenten zijn naar de HZ gekomen om ons iets te vertellen of te laten zien dat in het teken staat van internationalisering. En dat gebeurde allemaal in het Engels, dus vandaar dat ik eigenlijk een Engels stuk wilde schrijven.

Vanochtend zijn we om 09.00 uur gezamenlijk gestart, met alle studenten en docenten bij elkaar. We zijn begonnen met een lied. Sing a song. En als ik net een halfuur wakker ben, is zingen niet het beste dat ik kan doen.. Geloof me! Mijn stem moet nog even wat opwarmen.. Maar ach! Zingen is tof, dus we doen vrolijk mee.

   

Vervolgens een kort welkomstpraatje door één van onze docenten, de gastdocenten werden geïntroduceerd. Een opening door de directeur van de pabo. En er werd nog een lied gezongen. There is sunshine. Nog steeds geen goed idee, maar opnieuw doe ik vrolijk mee. Een lied dat bestaat uit drie stemmen. ‘Kies zelf maar welke stem je zingt. Ken je de eerste stem, dan zing je die. Ken je de derde stem, dan zing je die. Ken je de tweede stem, dan mag je die natuurlijk ook zingen.’
Er wordt gestart met het eerste couplet waarbij iedereen de eerste stem zingt. Bij het tweede couplet zijn er mensen die ook de derde stem inzetten. En wat klinkt dat leuk!
Bij het derde couplet vond ik het leuk om de tweede stem in te zetten, maar blijkbaar was ik de enige (?). Mijn muziekdocente was nogal verrast dat ik die tweede stem inzette en begon spontaan met me mee te zingen. Zo was het lied compleet! Achteraf krijg ik nog een compliment en dat maakt je dag weer goed. Toch?

Dit alles gebeurt in zo’n 20 minuten, dus inmiddels is het 09.20 uur (voor het tijdsbesef van de mens) en is het tijd voor de eerste workshopronde. International citizen – gooi ik toch nog met wat Engelse woorden.
Volgens de beschrijving: Leandro Rossi, International citizen. Living all over the place. Born in Portugal, lived in Belgium, Portugal, US and is now living in the Netherlands. What are the differences and similarities when looking not only at the educational system, but also taking the cultural diversity into account? What makes one an ‘international citizen’ and how does this affect the way of living?
Yes, nog meer Engelse woorden waar ik mee kan gooien!

Een kwartier eerder klaar dan de planning, maar dat geeft mij een kwartiertje langer pauze.
Om 11.15 uur is het dan tijd voor de tweede workshopronde. Een workshop van twee Zweedse dames. Kajsa Hallstedt en Lilian Waldenström.
Volgens de beschrijving: Getting to know the world through the children in the classroom. The internationalization of the modern society and increasing cross-border mobility place great demands on people’s ability to live together. In a multicultural class the children reflect on different backgrounds both languages, religions and culture. The school should promote an understanding for other people and appreciate the values that are to be found in cultural diversity. How can you as a teacher make this happen? We will together do two different workshops that are possible to use in your classroom. In the first we will analyse photos taken in different environments all over the world.
Dat is duidelijk, niet?

Na anderhalfuur naar deze dames geluisterd te hebben en een pauze te hebben gehad van drie kwartier was het tijd voor de volgende workshop. Het is inmiddels half twee en we gaan de laatste workshopronde in.
Een workshop over Education in Africa, Malawi.
Volgens de beschrijving: What is education in a third world country like? Let’s talk about some interesting topics like accommodation, materials, motivation. What can you as future teachers mean for the African educational system and what can you do in the Dutch schools on the level of internationalization at home?

Wat een toffe dag. Ik vond het echt heel erg interessant om al deze verschillende verhalen te horen en ben benieuwd naar wat donderdag ons brengt.

Piepschuim in het poolijs

Er is eens,
nog niet zo heel lang geleden,
piepschuim in het poolijs
gevonden.

Piepschuim,
als een vreemde eend
in het poolijs.

Vreemde eenden
in verre en
minder verre oorden.

Het is,
tegenwoordig,
alledaags geworden.

Poolijs beweegt,
eerst langzaam,
later snel in
vloeibare vorm.

Piepschuim drijft
op de wind
of het water.

Alles beweegt en
komt samen,
alsof tegenpolen
elkaar aantrekken.

Bron: Margriet Jansen. Piepschuim in het poolijs. Geraadpleegd op 26 oktober 2012.

Jan Ligthart

Jan Ligthart was een Nederlandse onderwijzer en tevens onderwijsvernieuwer. We kennen hem als directeur van een basisschool in Den Haag, maar ook schreef hij boeken en artikelen.

Jan Ligthart is geboren op 11 januari 1859 in de Amsterdamse buurt ‘de Jordaan’. Hij was de zoon van Cornelis Ligthart, kruidenier en bediende, en Anna van Spall. Jan had een oudere zus en twee oudere broers en na zijn geboorte kwam er nog een zusje bij.

In de autobiografie die hij heeft geschreven beschrijft hij zijn kinderjaren en kun je lezen dat er veel armoede heerste. Ook lees je dat Jans vader epilepsie had en dat hij als kind vaak moest toezien hoe zijn vader een aanval kreeg. Zijn vader runde eveneens een kruidenierswinkel, maar deze moest sluiten omdat Meneer Ligthart niet zakelijk genoeg was. In het gezin Ligthart heerste een opgewekte, ruime godsdienstige geest van gereformeerde aard.

Jan was heel erg goed op de lagere school, maar helaas kon Jan niet verder leren omdat zijn ouders het schoolgeld niet meer konden betalen. Het hoofd van zijn school bood hem aan om kwekeling op de school te worden, zo zou het achterstallige schoolgeld betaald worden en kon hij meteen wat gaan verdienen. Na een paar maanden vond zijn moeder dat hij beter kon solliciteren bij een openbare school. Hij zou hier meer kunnen verdienen en bovendien een betere opleiding krijgen. Jan deed dit en hij werd aangenomen op de gemeentelijke Stadsarmenschool. Hij behaalde hier zijn hoofdakte en na een soortgelijk examen in Den Haag voor de functie van hoofd van een openbare lagere school, werd hij in 1885 hoofd van de openbare school voor ‘onvermogenden’ in Den Haag.

Op deze school werd hij voor het eerst echt verliefd, op een vier jaar jongere collega. Gelukkig kwam de liefde van twee kanten. Haar vader was streng gereformeerd en dit stond een huwelijk eigenlijk in de weg. Ligthart stond namelijk bekend als vrijdenker en ongelovige radicaal. Toch zijn Jan Ligthart en Marie Lion Cachet getrouwd. Samen kregen ze drie kinderen, waarvan de laatste op negenjarige leeftijd stierf aan een bloedvergiftiging.

Marie was natuurlijk ook onderwijzeres en met dit als achtergrond is zij levenslang Ligtharts medewerkster en raadgeefster geweest.

Samen met haar en de andere leerkrachten van school ontwierp hij een nieuw leerplan, dit werd in maandelijkse vergaderingen besproken. In een voor de school geschreven blad werden de besluiten over het leerplan vastgesteld en verder uitgewerkt. De werkwijze die Lighthart gebruikte, met veel aandacht voor het collegiale, was in de negentiende eeuw niet echt gebruikelijk. Maar Ligthart streefde in zijn school nou eenmaal een sfeer van vriendschap na. Hij wilde de leerkracht als zelfstandig, onderwijzende persoonlijkheid zien. Mede hierom hielp hij bij het oprichten van de ‘Bond van Nederlandse Onderwijzers’. Ongeveer aan het eind van de negentiende eeuw was hij al een aantal jaren lid van het hoofdbestuur van het Nederlandse Onderwijzers Genootschap, dit besturen lag hem helaas niet. Naast deze functie was hij in de avonduren leraar Nederlands en gaf hij aan volwassenen cursussen literatuur, dit beviel hem veel beter. Dit deed hij totdat hij om andere werkzaamheden en gezondheidsredenen moest staken. Hij was nu namelijk betrokken bij de oprichting van het Nederlands Lyceum in Den Haag en adviseerde andere vernieuwingsscholen, dit vroeg veel van zijn tijd en aandacht.

Jan Ligthart heeft zeker 30 jaar als hoofdonderwijzer gewerkt en schreef daarnaast vele boeken en artikelen. Daarnaast zijn veel generaties opgegroeid met zijn leesmethode aap-noot-mies. Hij was een speelse man met een groot gezag en een warme belangstelling voor alles wat met kinderen te maken had. Ligthart was zijn tijd sterk vooruit en we kunnen ons zelf afvragen of we hem al ingehaald hebben.

Jan Ligtharts onderwijskundige uitgangspunten
Jan Ligthart was van mening dat enkel theorie geen nut had, hij was dan ook een man van de praktijk. Ligthart staat ook wel bekend als de ‘harte-pedagoog’. Liefde voor het kind is de eerste voorwaarde om het kind te kunnen benaderen. In zijn werk zie je telkens hoe hij zich verplaatst in de belevingswereld van de kinderen. Hij vond dat leerstof moest leven en dit kon alleen als de kinderen op hun eigen niveau werden aangesproken. Al die wetenschappelijke theorie kwam later wel. De kinderen moesten eerst rijp worden, gemotiveerd raken om abstracte kennis zich eigen te maken. Dit bereikte je alleen door aan te sluiten bij de belevingswereld van het kind, bij het dagelijkse leven. De leerstof lag, volgens Ligthart, voor het grijpen in de wereld om je heen. Iets meer laten leven deed je door een vertelling te geven. Iets jezelf eigen maken door arbeid en het maken van kleine werkstukjes. Maar ook er op uit gaan met de kinderen vond hij heel erg belangrijk. Voor een boom ga je het bos in en als dat niet in de buurt is, ga je de speelplaats op.

Ervaren en actief bezig zijn, dat is waar het om draaide bij Jan Ligthart. Zo leerde hij het begrip ‘rechthoek’ aan door de kinderen het te laten ervaren. Hij liet hen door de klas lopen met zijn allen, eerst van de ene korte muur naar de andere, dan van de lange naar de andere lange muur. Wie is het eerst aan de overkant? Zo ervaarden de kinderen dat de ene zijde langer is dan de andere, en leerden ze het begrip rechthoek.

Echt bijzonder was zijn aanpak niet, hij sloot goed aan bij de ontwikkelingen in zijn tijd. Maar hij bracht het ook in de praktijk samen met zijn medeleerkrachten. Door intuïtie en fijnzinnigheid gaf hij samen met anderen op een bijzondere manier vorm aan die ideeën.

Ligthart liet geen vastomlijnde onderwijskundige theorie na. “Zoals het in dit boekje is voorgeschreven, moet ge’t nu precies niet doen”. Ligthart was een gedreven schoolmeester, die met zijn intuïtie en liefde voor het kind, uitgangspunten in de praktijk bracht. “Aansluiten bij de belevingswereld, verlevendigen, vereenvoudigen, leren door spel, ervarend leren, concentreren van leerstof”. Nog dagelijks ervaren we dat het een ‘kunst’ is om dit voor elkaar te krijgen. En dat allemaal dankzij Jan Ligthart.

Jan Ligtharts pedagogische uitgangspunten
Jan Ligthart begon met werken als opvoeder, later werd hij schoolmeester. Voor hem was het belang van het kind het belangrijkste. Aandacht voor de mogelijkheden en aanleg van ieder kind stond centraal. Elk kind brengt iets mee. Een kind is geen leeg vat, dat je maar vol kunt stoppen en kunt vormen naar hoe jij het wilt. Het kind moet zich op een goede manier kunnen ontwikkelen, niet met straffen en verwijten, maar door aandacht voor de goede eigenschappen van het kind. Zo was Ligtharts mening. Hieruit komt ook het verhaal van de sinaasappels: een groepje hangjongeren nam wel eens plaats voor het huis van de familie Ligthart. Jan Ligthart reageerde hier origineel op. In plaats van ergernis toonde hij zich heel gastvrij en bood het stel een sinaasappel aan. Hierna heeft hij nooit meer last van ze gehad.

Jan was niet naïef. Hij kende de mindere kanten van het karakter van kinderen als geen ander. Hij zag het als zijn taak om het betere in kinderen naar boven te halen. Door een goed voorbeeld te zijn en kinderen aan te spreken op wat ze kunnen. Alleen dan bereik je iets met ze. Daarvoor moest hij wel zijn persoonlijkheid in de strijd gooien.

De persoonlijkheid van de opvoeder is zelf middel en zijn relatie met het kind is bepalend voor het eindresultaat. Jan Ligthart had veel gezag, maar hij was niet de persoon om op afstand de kinderen te dirigeren. De leerkracht moet een voorbeeld zijn, meedoen, ook met allerlei gekkigheid. Dat deed hij in spelletjes op het speelplein en in toneelstukjes. En dat ging samen met een heleboel humor. Ook dat hoorde bij zijn pedagogiek. Net zoals de vertelling. Daarin vond gemoedsvorming plaats, zo zei Ligthart. In het verhaal kun je iets wakker roepen bij anderen, interesse, medeleven, liefde. Dat wilde Ligthart de kinderen meegeven als voorbereiding op het leven.

Opvoeden is voornamelijk de ontwikkeling van inzicht in goed en kwaad van elk kind naar eigen aard te bevorderen. Dat dit niet zomaar gedaan is, bewijst het opschrift op de grafsteen van Jan Ligthart.

“De hele opvoeding is een kwestie van liefde, geduld en wijsheid
en de laatste twee groeien waar de eerste heerscht.”

Het volle leven, de methode van Jan Ligthart
Op school leer je meer dan lezen, schrijven en rekenen. De wereld leren kennen, daar gaat het om in “Het volle leven”. De methode is ontwikkeld voor de eerste klassen van de lagere school. Daar begint de wereld heel dichtbij. Bijvoorbeeld in het klaslokaal met zijn muren en de planken van de vloer. Waar komen deze vandaan? Of bijvoorbeeld de boterham met kaas. Wat moet er gebeuren voor je er in kunt happen? Met deze kinderlijke simpele vragen start “Het volle leven”.

Het gaat verder met verhalen van “Pim en Mien en een kapotte vloer”. Er komen liedjes over bijvoorbeeld Jan de timmerman. De kinderen gaan met de leerkracht naar het bos en de houtzagerij, waarna ze dit in de klas allemaal terug zien op de schoolplaten.

Van deze platen zijn 4 series met elk 6 schoolplaten over timmeren, grasland, metselen en bouwland. Elk jaargetijde heeft een thema met een eigen omgeving. Zo hoort de klei bij het grasland en het zuivelbedrijf. De weide wordt verkend met alles wat er leeft: het gras, de madeliefjes, de koeien en de schapen.

Dan zijn er natuurlijk ook nog de bossen met haar bomen, de heide met haar kruiden, de moerassen met hun planten, de akkers met het landbouwbedrijf en de moestuinen met het grondbedrijf.

De kinderen leren op een speelse manier de samenhang kennen tussen de mensen, dieren en planten. Uiteindelijk hoopte Ligthart dat zij daardoor het leven zelf gingen ontdekken. Daarin zouden zij wel ondersteund moeten worden door het goede voorbeeld van leerkracht en opvoeders.

Het begin van “Het volle leven” is ontstaan in de school aan de Tullinghstraat in Den Haag. Daar schreven Ligthart en zijn collega’s hun ideeën op in hun eigen tijdschrift ‘Onder één dak’. Later werkte Ligthart de methode uit met H. Scheepstra en W. Walstra.

Toen was de methode nieuw, omdat bij hen de beleving van het kind voorop stond bij het leren. De stukjes leerstof werden in onderlinge samenhang aangeboden en niet volgens een wetenschappelijke ordening. Dus: niet alle zoogdieren samen, maar alle dieren die in de wei leven samen.

Ondertussen kennen we projectonderwijs al langer en laten we kinderen volop ontdekken. Aansluiten bij de belevingswereld van het kind blijft een voortdurende opgave voor onderwijzers en opvoeders en allemaal dankzij Jan Ligthart.

De schoolplaten
Er horen 24 schoolplaten bij de methode, zoals hierboven beschreven stond. De platen sluiten aan bij het kinderleven. Op alle platen zijn kinderen getekend. De kinderen zijn de hoofdrolspelers in een verhaal. De vertelling staat voorop, vervolgens komen de platen en dan de leerstof, die er uit afgeleid wordt. De kinderen op de eerste serie platen (timmeren) zijn Pim en Mien, Jan, Lina en Roosje. Op andere platen verschijnen weer andere kinderen. De namen vind je ook weer terug in de leesboekjes die bij de methode horen (bijvoorbeeld ‘De wereld in’). Ook andere boeken sluiten aan bij de leerstof van de platen.

In de handleidingen van “Het volle leven” staan veel suggesties voor werkstukken, liedjes en andere opdrachtjes, die aansluiten bij de schoolplaten.

Oorspronkelijk zijn de schoolplaten getekend door W.K. de Bruin en C. Jetses, mar later zijn de series timmeren en metselen opnieuw getekend. Bij de platen horen opdrachten, hiervan kun je er ook enkele zien. Met een cirkel is aangegeven bij welk deel van de plaat de opdracht hoort.

Bron: Jan Ligthart genootschap. Geraadpleegd in mei 2009, www.janligthartgenootschap.nl